Home > Regio's Frankrijk > Occitanie



Occitanie

De regio Occitanie is op 1 januari 2016 ontstaan door de samenvoeging van de regio's Languedoc-Roussillon en Midi-Pyrénées. Occitanie bestaat uit de departementen: Ariège, Aude, Aveyron, Gard, Gers, Haute-Garonne, Hautes-Pyrénées, Hérault, Lot, Lozère, Pyrénées-Orientales, Tarn en Tarn-et-Garonne.

De voormalige regio Languedoc-Roussillon, bestaande uit de departementen Aude, Gard, Hérault, Lozère en Pyrénées-Orientales, beslaat een gebied dat loopt van de uitlopers van de Pyreneeën tot aan de monding van de Rhone. De vlakke stranden en de lagunen vormen een speciaal voor het toerisme gecreëerd gebied dat jaarlijks miljoenen bezoekers trekt. Daartussen ligt een droog en door de zon gebrand land dat de helft van alle Franse tafelwijn voortbrengt. Dit heerlijke gebied heeft een lange en woelige geschiedenis achter de rug, niet in het minst die van de eenwording van beide provincies. In het vroegere onafhankelijke Languedoc sprak men Occitaans, de taal der troubadours, en nog altijd hecht men hier aan de eigen identiteit. Roussillon behoorde tot aan het Verdrag van de Pyreneeën in 1659 aan Spanje. Het Catalaanse erfgoed is nog overal zichtbaar: in de wegwijzers, de Sardanadans, de populaire stierengevechten, de paella en de felle kleuren van de huizen. Dit kustgebied was het eerste deel van Gallië dat door de Romeinen werd veroverd. Het grote amfitheater te Nimes en de schitterende Pont du Gard getuigen nog van hun overheersing. De kloosters van St-Martin-du-Canigou, St-Michel-de Cuxa en St-Guilhelm-le-Désert zijn voorbeelden van vroeg-romaanse bouwkunst, onaangetast door de Gotiek uit het noorden. De verweerde kastelen van de Katharen en de perfect gerestaureerde Cité van Carcassonne zijn veelzeggende overblijfselen van bloedige middeleeuwse oorlogen. Sommige delen van de regio zijn woest en ongetemd: de hoogvlakten van de Cerdagne, de ruige heuvels van de Corbières of de afgelegen hoogten van de Haut Languedoc. U vindt hier ook de levendigste en progressiefste steden van heel Frankrijk: Montpellier, de oudste universiteitsstad die tevens de hoofdstad van de streek is, en Nîmes met de uitbundige feria en stierengevechten.

De voormalige regio Midi-Pyreneeën, bestaande uit de departementen Ariège, Aveyron, Gers, Haute-Garonne, Hautes-Pyrénées, Lot, Tarn en Tarn-et-Garonne, is ongetwijfeld een gebied met de meeste gezichten en onderscheidt zich dan ook door diversiteit. Met overblijfselen uit alle tijdperken en vooral veel zon, bergen en ruimte. Drie elementen die de basis vormen voor deze boeiende streek. Op cultureel gebied heeft deze regio erg veel te bieden. Bijvoorbeeld de 'rode' stad Toulouse, de bedevaartsplaatsen Rocamadour en Lourdes of de prehistorische grotten van Niaux en Pech-Merle bij Cabrerets. Allerlei beesten- van bizons tot edelherten - zijn hier op de muren geschilderd. Cultuurliefhebbers kunnen hun hart ophalen. De Midi-Pyreneeën heeft een aangenaam klimaat. Veel zon en warmte in de zomer en zachte winters met een gemiddelde van 10 graden en met sneeuw op de toppen van de Pyreneeën en de bergen van de Aveyron. Ook in het voor- en naseizoen is het er lekker weer. In het noorden is het landschap vooral groen en glooiend met hier en daar een natuurlijke uitspatting, zoals in de bergen van de Aveyron. In het zuiden komen de Pyreneeën in zicht. Hier verandert het landschap in een ruig, onstuimig berggebied met watervallen, immense rotspartijen en eeuwige sneeuw.



Departement Aude
De Aude is een van de zuidelijkst gelegen Franse departementen. De hoofdstad is het beroemde Carcassonne. Het departement grenst ten noorden aan de Hérault en de Tarn, ten oosten aan de Middellandse Zee, ten zuiden aan de Pyrénées-Orientales en ten westen aan de Ariège en de Haute-Garonne. De Aude is een bijzonder aantrekkelijk deel van Zuid-Frankrijk. Fraaie landschappen naar hartenlust: in het noorden de Montagne Noire met toppen boven 1000 m, in het zuiden de 2469 m hoge Pic de Madrès, een forse aanloop naar de Pyreneeën. Tussen die beide berglandschappen kronkelen de meanders van onder andere de Aude en de L’Orbieu. In het oosten is het departement 50 km Middellandse-Zeekust rijk: fraaie stranden, mooie badplaatsjes en een heleboel étangs, grote vijvers, onmiddellijk achter de kustlijn. Bovendien is de Aude een historisch erg boeiende streek: het was ooit het land van de katharen, de ‘reine ketters’ die op een onmenselijke manier werden vervolgd. Maar hun sporen zijn nog altijd zichtbaar vooral voor wie geïnteresseerd is in een stuk boeiende geschiedenis.


Departement Gard
Het departement Gard, met het beroemde Nîmes als hoofdstad, ligt aan de rechteroever van de Rhône. Het grenst in het noorden aan de Lozère en de Ardèche, in het oosten aan Vaucluse en Bouches-du-Rhône, in het zuiden aan de Middellandse Zee en Hérault en in het westen aan Aveyron. Er wonen ruim 700.000 mensen. Het landschappelijk meest indrukwekkende deel van de Gard ligt in het westen en noordwesten: het schitterende nationaal park van de Cevennen, met zijn scherpe kammen en diepe rivierdalen. Ten oosten en ten zuiden daarvan strekt zich, tot aan de Rhône, een ongelofelijk aantal wijngaarden uit, tegenwoordig meer en meer afgewisseld met boomgaarden en groenteteelt. Het zuidelijkste deel van de Gard is een moerasachtige streek, de Petite Camarque, met haar voeten in het blauw van de Middellandse Zee. Ook kunsthistorisch heeft de Gard veel te bieden: het Gallo-Romeinse patrimonium van Nîmes, het 'pauselijke' Villeneuve-lès-Avignon, de Pont du Gard en talrijke fraaie kerken, kastelen en musea. Het departement telt bijna 300 zondagen per jaar.


Departement Hérault
Het departement Hérault heeft Montpellier als hoofdstad en wordt in het noorden begrensd door Gard en Aveyron, in het oosten door Gard en de Middellandse Zee (Golfe du Lion), in het zuiden door de Middellandse Zee (Golfe du Lion) en Aude en in het westen door Tarn en Aveyron. De Hérault is een - hemelsbreed gemeten - 80 km lange Middellandse-Zeekust rijk, met talrijke lagunes en strandwallen. Daarachter strekken zich de laagvlaktes van de Biterrois (Béziers), de Hérault (benedenloop) en Montpellier uit. Daar is de wijnstok heer en meester, maar de appelboomgaarden zijn ook nauwelijks te tellen. Die vlaktes worden afgesloten met heuvel- en bergketens: in het westen het Minervoisgebergte en het eveneens kristalrijke Massif de L’Espinouse, dat deel uitmaakt van het Parc naturel régional du Haut-Languedoc; in het noorden het zo goed als onbewoonde Causse du Larzac, een kalkrijk tafelland, met ten zuiden ervan een langgerekt plateau van vulkanische oorsprong; in het noordoosten nog meer kalkformaties, namelijk de Montagne de la Séranne. Kortom, de Hérault is een heel palet aan landschappen rijk.


Departement Lozère
Het departement Lozère, met Mende als hoofdstad, grenst in het oosten aan de Ardèche, in het zuiden aan de Gard, in het westen aan de Aveyron en in het noorden aan de Cantal en de Haute-Loire. Het bestaat uit een aantal natuurlijke streken: Aubrac, Cevennen, Gorges du Tarn, Margeride en Vallée du Lot. Met 80.000 inwoners is het het dunst bevolkte departement van Frankrijk. Mede daardoor heeft het zijn leefmilieu intact kunnen houden. Bij gebrek aan een aangepast wegennet bleef het, midden van de 20ste eeuw, verstoken van doorgedreven industrialisering, maar daarna werd de achterstand verkleind. Hoe dan ook, de Lozère staat helemaal vooraan wat de bescherming van het leefmilieu betreft. In 1985 riep de Unesco een deel van de Lozère uit tot wereldreservaat van de biosfeer. Maar niet alleen natuurliefhebbers komen aan hun trekken in de Lozère, ook degenen die op zoek zijn naar heel apart kunsthistorisch en dorpenschoon.


Departement Pyrénées-Orientales
Het departement Pyrénées-Orientales heeft Perpignan (Perpinyá) als hoofdstad en is het zuidelijkst gelegen departement van het Franse vasteland. In het noorden wordt het begrensd door de Aude, in het oosten door de Middellandse Zee, in het zuiden door Spanje en in het westen door Andorra en Ariège. Het is gezegend met een schitterend klimaat en bijgevolg een waar toeristisch paradijs, reikend van zee tot gebergte (2920 m), over een afstand minder dan 100 km met elkaar verbonden door een gebied van wisselende landschappen, boomgaarden, wijngaarden, kunststeden en schattige dorpen. Het departement bestaat uit drie geografische streken. In het noorden: Corbières en Fenouillèdes, streek van kalksteen, gescheiden door een lange depressie. In het oosten: de vlakte en de kust van Roussillon met de monding van de Tech, de Têt en de Agly en in het zuiden begrensd door de Albères, de laatste hoogten van de Pyreneeën die tot de zee reiken om er de Côte Vermeille te vormen. In het westen: een uitgestrekte zone van granietmassieven met diepe valleien, waarvan die van de Vallespir en de Conflent de belangrijkste zijn.


Departement Ariège
Ariège grenst in het noorden en westen aan de Haute-Garonne, in het noordoosten aan de Aude en in het oosten aan de Pyrenées Orientales. In het zuiden vormen Andorra en Spanje de grens. Het departement is een afgelegen, dunbevolkt, agrarisch gebied, ver van de ‘zon’, met name Parijs. De hoofdstad van het departement, Foix, heeft eerder de aanblik van een provinciestadje. De wellicht bekendste plaats van het departement is het kasteel van Montségur. Het was een van de voornaamste centra van het katharisme, een religie die in de Middeleeuwen in de streek een grote groei doormaakte, maar als ketterij werd veroordeeld; de katharen werden genadeloos vervolgd. De overige bijzonder interessante plaatsen zijn Saint-Lizier, Mirepoix, Tarascon-sur-Ariège en de vallei van Bethmale, een van de meest ongerepte valleien van de Pyreneeën.


Departement Aveyron
Aveyron strekt zich uit aan de zuidelijke rand van de bekende vulkaanstreek de Auvergne. In het noorden wordt het departement begrensd door Cantal, in het oosten door Lozère en Gard, in het zuiden door Hérault en Tarn en in het westen door Lot en Tarn-et-Garonne. De hoofdstad is Rodez. De Aveyron is vooral een departement voor liefhebbers van ruig, maar uniek natuurschoon. In het noorden ervan treffen ze kalkplateaus en vulkanisch gesteente aan, die samen een onherbergzaam landschap vormen, dat diep wordt ingesneden door de rivieren de Truyère en de Lot. In het zuidwesten bevindt zich een streek die haar naam te danken heeft aan de rogge: de Ségala (seigle=rogge). Het zuidoosten is een prachtig natuurgebied: de Grands Causses, een ruw kalkplateau, ingesneden door de rivieren de Jonte en de Dourbie. Het ruwe natuurschoon belet niet dat de Aveyron niet minder dan tien van de mooiste dorpen van Frankrijk rijk is.


Departement Gers
Het departement Gers, genoemd naar de rivier die het doorkruist, omvat het grootste deel van de vroegere provincie Cascogne. Het grenst in het noorden aan de Lot-et-Garonne, in het noordoosten aan de Tarn-et-Garonne, in het zuidoosten aan de Haute-Garonne, in het zuiden aan de Hautes-Pyrénées en in het westen aan de Landes. De Gers is een streek van zachtglooiende heuvels, die nauwelijks boven de 200 meter reiken. De hoofdstad is Auch, waar Charles de Montesquiou, graaf d'Artagan, de historische leider van de musketiers, werd geboren. Andere grote steden zijn Condom in het noorden en Mirande in het zuiden. De Gers is het belangrijkste departement van de armagnac. Dit distillaat is vergelijkbaar met Cognac, maar de productie is veel kleinschaliger. De armagnacstreek, in het westen van het departement, is een aantal versterkte stadjes (bastides) rijk, die door de eeuwen heen hun authentieke uitzicht wisten te bewaren, bijvoorbeeld Montréal, Fourcès en Fleurance. De Gers is een agrarisch gebied en de landbouw neemt dus een belangrijke plaats in. Het departement is de voornaamste producent van de ganzenlever. Dit authentieke Zuid Franse plattelandsdepartement telt 500 kastelen en 400 meren. De inwoners van Gers heten Gersois. Lees meer.


Departement Haute-Garonne
Het departement Haute-Garonne heeft Toulouse als hoofdstad en grenst in het noorden aan de Tarn-et-Garonne, in het noordoosten aan de Tarn, in het oosten aan de Aude, in het zuiden aan de Ariège en in het westen aan de Gers en de Haute-Pyrénées. De Haute-Garonne bestaat uit zes verschillende gebieden: Pyrénées Centrales, aan de grens met Spanje; met bergtoppen die de 3000 meter overschrijden; hoogste punt: Pic de Perdiguère met 3222 meter. Comminges: prachtige landschappen en pittoreske plaatsjes als Saint-Gaudens en vooral Saint-Bertrand-de-Comminges. Volvestre: het vlakke land bij uitstek, doorsneden door veel rivieren als de Ariège, de Volp en de Leze. Lauragais: agrarisch gebied met karakteristieke dorpen als Avignonet. Pays Toulousain: in het noorden in de omgeving van Toulouse. Frontonnais: dankzij een gunstig microklimaat een streek van wijngaarden en fruitteelt.


Departement Hautes-Pyrénées
Het departement Hautes-Pyrénées grenst in het noorden aan de Gers, in het oosten aan de Haute-Garonne, in het zuiden aan buurland Spanje en in het westen aan de Pyrénées-Atlantiques. Landschappelijk biedt het departement grote verscheidenheid: de wijngaarden van Madiran in het noorden, het heuvelland rond Bagnères-de-Bigorre en het hooggebergte in het zuiden, bij de Spaanse grens. Zowat de helft van het departement bestaat uit bergen. Er zijn prachtige valleien, zoals die van Azun aan de voet van de Soulor, die van de Aure die naar Saint-Lary-Soulan leidt, die van de Louron en die van de Gaves. De beroemdste plek is ongetwijfeld de bedevaartplaats Lourdes waar in de 19de eeuw de Heilige Maagd verscheen aan Bernadette Soubirous. Ongeveer 20 kilometer van Lourdes bevindt zich de hoofdstad van het department, Tarbes, in het centrum van de Bigorrestreek.


Departement Lot
Het departement Lot, in het zuidwesten van Frankrijk, grenst in het noorden aan de Corrèze, in het noordoosten aan de Cantal, in het zuidoosten aan de Aveyron, in het zuiden aan Tarn-et-Garonne, in het noordwesten aan de Dordogne en in het zuidwesten aan Lot-et-Garonne. De rivieren de Dordogne en de Lot (met talrijke zijrivieren zoals de Célé, Vers en Vert) vloeien kriskras door het departement. De Lot vertoont verschillende types van landschappen: In het noordoosten ligt de Ségala, een streek met een heuvelachtig reliëf dat tot 780 meter reikt, met een rijke flora en fauna en soms diepe kloven. Het groene Limargue en de merkwaardige Causses zijn kalkstenen hoogvlaktes. De Quercy blanc, ten zuidwesten van Cahors, de hoofdstad van het departement, bestaat uit kleine agrarische valleien. Er is ook nog de zanderige, boomrijke Bourianestreek. Tot slot dient de schitterende vallei van de Lot vermeld; ze is op haar fraaist tussen Cahors en Saint-Cirq-Lapopie.


Departement Tarn
Het departement Tarn ligt ten noordoosten van Toulouse, nauwelijks 70 kilometer van de Middellandse Zee vandaan. De departementshoofdstad is Albi. De Tarn grenst in het noordoosten aan de Aveyron, in het zuidoosten aan de Hérault, in het zuiden aan de Aube, in het zuidwesten aan de Haute-Garonne en in het noordwesten aan de Tarn-et-Garonne. Het departement heeft een rijke verzameling aan versterkte dorpen, kastelen, kerken en musea. De landschappen variëren sterk: van laagvlakte tot liefelijk gebergte. De Tarn geniet van een zacht klimaat, dat zowel door de Atlantische Oceaan als door de Middellandse Zee beïnvloed wordt. Ten zuiden en in de buurt van Castres ligt het indrukwekkende granietplateau van de Sidobre. In het oosten verheffen zich de Monts de Lacaune. Dit is een heuvelachtige streek met talrijke menhirs. De menhirs zijn opgericht in de nieuwe steentijd, ongeveer 400 jaar geleden.


Departement Tarn-et-Garonne
Het departement Tarn-et-Garonne, met Montauban als hoofdstad, ligt in zuidwestelijk Frankrijk. Het grenst in het noorden aan de Lot, in het noordoosten aan de Aveyron en de Tarn, in het zuiden aan de Haute-Garonne en in het zuidwesten aan de Gers en de Lot-et-Garrone. Het dunbevolkte departement omvat vijf verschillende streken: In het noorden liggens de heuvels van Quercy, de laatste uitlopers van het Centraal-Massief, een lappendeken van boom- en wijngaarden, bossen en weiden. In het noordwesten bevindt zich de vallei van de Garonne. In het zuidwesten, richting Pyreneeën, verheffen zich de heuvels van Cascogne, een gebied waar knoflook, granen en zonnebloemen worden verbouwd. In het noordoosten liggen de rivierengten van de Aveyron met erboven de kalksteenplateaus van de Quercy, een wandelparadijs. In het zuidoosten bevinden zich de hellingen van de Tarn en de Garonne, een eerder bosrijke streek.